
Een zorgverzekering hoeft u na een overlijden meestal niet zelf op te zeggen. De basisverzekering eindigt van rechtswege en de gemeente geeft het overlijden automatisch door aan de zorgverzekeraar. Artikel 6 van de Zorgverzekeringswet bepaalt dat de zorgverzekering eindigt met ingang van de dag volgend op de dag van overlijden. Dit betekent dat de dekking op de dag van overlijden zelf nog gewoon doorloopt. Wat nabestaanden wel moeten regelen, is de afwikkeling daarna: te veel betaalde premie, het eigen risico, de zorgtoeslag, de polis van eventuele medeverzekerden en rekeningen die na het overlijden nog binnenkomen. Die laatste categorie is cruciaal; wie een openstaande zorgrekening uit eigen zak betaalt, kan daarmee onbewust de erfenis zuiver aanvaarden.
Moet u het overlijden zelf melden bij de zorgverzekeraar?
In de meeste gevallen is dit niet nodig. De gemeente verwerkt het overlijden in de Basisregistratie Personen (BRP) en zorgverzekeraars ontvangen dit bericht automatisch. Menzis formuleert dit als volgt: “Je hoeft het overlijden van je dierbare niet zelf door te geven. We ontvangen automatisch bericht via de Basisregistratie Personen (BRP).” CZ stelt simpelweg: “De gemeente doet dit voor u”, en VGZ geeft aan dat zij een overlijdensbericht automatisch vanuit de gemeente ontvangen.
De wet schrijft echter striktere regels voor. Artikel 6 lid 4 van de Zorgverzekeringswet verplicht de verzekeringnemer om de zorgverzekeraar “onverwijld” op de hoogte te stellen van feiten die leiden tot het beëindigen van de verzekering. In de praktijk vangt de BRP-koppeling dit op, maar het verklaart waarom u in specifieke situaties wel zelf contact moet opnemen. Deze uitzonderingen verschillen per verzekeraar en betreffen situaties waarin het automatische bericht niet aankomt.
Bij CZ dient u zelf contact op te nemen als de overledene in het buitenland woonde of is overleden, of als er sprake was van een verdragspolis. VGZ hanteert dezelfde lijn: als de overledene in het buitenland woonde, duurt de verwerking van de gegevens langer. Menzis noemt drie uitzonderingen, waaronder één die expliciet vermeld wordt: indien de overledene “alléén een aanvullende verzekering of tandverzekering bij Menzis” had, wordt het overlijden niet via de BRP doorgegeven en moet u zelf bellen. Wie alleen een aanvullende polis had, moet dit dus actief melden.
Wanneer stopt de zorgverzekering exact?
De wettelijke regel is duidelijk: de zorgverzekering eindigt met ingang van de dag volgend op de dag van overlijden. CZ licht toe waarom deze datum bepalend is: “Omdat er op de dag van overlijden nog zorgkosten kunnen zijn gemaakt, zetten we de dag na het overlijden de polis stop.” Dit is essentieel, aangezien er op de dag van overlijden vaak nog kosten worden gemaakt voor bijvoorbeeld ambulance, ziekenhuis of huisarts.
In de uitingen van verzekeraars zitten verschillen. VGZ vermeldt dat de zorgverzekering stopt “vanaf de dag van overlijden”, wat afwijkt van de wettekst. Menzis noemt op de informatiepagina over overlijden geen specifieke einddatum. Voor de afwikkeling maakt dit meestal weinig verschil, maar bij een openstaande declaratie van de dag van overlijden zelf is dit een belangrijk detail. Vraag in dat geval schriftelijk om een bevestiging van de gehanteerde einddatum.
Voor de aanvullende verzekering gelden minder strikte wettelijke regels. Artikel 6 van de Zorgverzekeringswet is enkel van toepassing op de basisverzekering. Geen van de grote verzekeraars publiceert een aparte einddatum voor de aanvullende polis. Ga er niet van uit dat deze op dezelfde dag stopt, maar informeer hiernaar als er nog een aanvullende dekking liep voor bijvoorbeeld fysiotherapie of tandheelkundige zorg.
Worden te veel betaalde premie en het eigen risico terugbetaald?
Ja, dit proces verloopt automatisch. De drie grote verzekeraars berekenen de premie and het eigen risico opnieuw tot de einddatum en storten een eventueel overschot terug. CZ stelt: “Is er te veel premie betaald? Dan storten wij dit automatisch terug op het bij ons bekende rekeningnummer.” Dit geldt ook voor het eigen risico, dat CZ herberkent tot de overlijdensdatum.
Het verplichte eigen risico bedraagt in 2026 € 385 per jaar. Dit bedrag wordt naar rato berekend: bij een overlijden in maart geldt niet het volledige jaarbedrag, maar het deel dat tot dat moment daadwerkelijk aan zorgkosten is gemaakt. Indien er is gekozen voor een vrijwillig eigen risico (een verhoging van € 100 tot € 500, tot maximaal € 885 in totaal), wordt deze korting eveneens verrekend in de eindafrekening.
Wat betreft de verwerkingstermijn is alleen VGZ concreet. Zij maken onderscheid op basis van de rol op de polis: was de overledene de hoofdverzekerde, dan geldt: “Dan betalen we het geld binnen een maand terug.” Was de overledene medeverzekerde, dan wordt de te veel betaalde premie verrekend met de eerstvolgende premiebetaling. CZ en Menzis noemen geen termijn en geven enkel aan dat de terugbetaling automatisch verloopt. Houd rekening met de status van de bankrekening die bij de verzekeraar bekend is; als deze is geblokkeerd, kan de uitbetaling vertraging oplopen.
Wat gebeurt er met de zorgtoeslag?
De zorgtoeslag stopt eveneens automatisch. Dienst Toeslagen meldt: “Als er iemand in uw huishouden is overleden, hoeft u dit niet aan ons door te geven. Dat doet de gemeente voor u.” De enige uitzondering is wanneer de overledene in het buitenland woonde; in dat geval moet u het overlijden wel zelf doorgeven.
Binnen zes weken ontvangt u een condoleancebrief met een formulier om een contactpersoon aan te wijzen, evenals een voorschotbeschikking waarin de stopzetting van de toeslag is verwerkt. Binnen acht weken volgt een brief over eventuele terugbetaling, aangezien de administratieve verwerking achterloopt op de praktijk: “De toeslag voor de maand na het overlijden maken we nog over. En soms ook nog for de maand erna. Dit kunnen we helaas niet voorkomen. Daarom vragen we u om de toeslag voor die maanden aan ons terug te betalen.” In het jaar volgend op het overlijden volgt de definitieve berekening.
Waarom is het betalen van een zorgrekening risicovol?
Dit is een aspect waar veel nabestaanden zich in vergissen. Openstaande premies en zorgrekeningen vervallen niet bij overlijden; zij maken deel uit van de nalatenschap. VGZ vermeldt hierover: “Openstaande premies of andere openstaande rekeningen moeten alsnog worden betaald. Deze rekeningen horen bij de erfenis van de overledene. Of jij deze rekeningen moet betalen, is afhankelijk van of je de erfenis aanvaard hebt.”
Hier ligt het risico. De Rijksoverheid stelt dat u een erfenis wettelijk zuiver aanvaardt zodra u bezittingen van de overledene meeneemt, verkoopt “Of betaalt u openstaande rekeningen”. De enige uitzondering hierop is het voldoen van de uitvaartkosten uit de nalatenschap. Zuivere aanvaarding betekent dat u persoonlijk aansprakelijk wordt voor alle schulden van de nalatenschap, ook als deze de bezittingen overstijgen. Bij beneficiaire aanvaarding is dit niet het geval.
Hierdoor kan een schijnbaar praktisch advies risico's meebrengen. VGZ adviseert over zorgrekeningen: “Betaal deze dan zelf aan de zorgverlener. En declareer de kosten bij ons”, met de toevoeging dat u deze rekening bij voorkeur betaalt vanaf de bankrekening van de overledene. Dit laatste is cruciaal: als u betaalt vanaf uw eigen privérekening, verricht u mogelijk een handeling die leidt tot zuivere aanvaarding. CZ kiest een andere benadering en stelt expliciet: “U hoeft de rekening niet voor te schieten.” Indien u nog niet zeker weet of u de erfenis wilt aanvaarden, is het raadzaam te wachten met het betalen van openstaande rekeningen. Schuldeisers mogen gedurende de eerste drie maanden na het overlijden geen betaling van erfgenamen opeisen. Ook Dienst Toeslagen waarschuwt hiervoor: “Betaalt u toeslag aan ons terug? Dan aanvaardt u misschien automatisch de hele erfenis. Dus ook eventuele schulden.”
Hoe lang kunnen zorgkosten nog worden gedeclareerd?
Zorgverzekeraars hanteren ruime termijnen, al verschilt de exacte formulering per partij. CZ hanteert een termijn “tot 36 maanden na de behandeldatum”. Menzis vermeldt dat gemaakte zorgkosten “tot 3 jaar na de datum van de behandeling” kunnen worden ingediend. VGZ rekent de termijn vanaf een ander moment: “Dit kan iedereen tot 3 jaar na overlijden doen.”
Dit verschil is in de praktijk relevant. Bij een behandeling die ruim voor het overlijden heeft plaatsgevonden, kan de termijn van CZ of Menzis eerder verlopen dan die van VGZ. Bewaar daarom alle zorgnota's zorgvuldig en dien ze zo snel mogelijk in. Houd er rekening mee dat een declaratie achteraf nog met het eigen risico kan worden verrekend. CZ waarschuwt dat het mogelijk is dat er na het verwerken van de declaratie nog een verrekening met het eigen risico plaatsvindt.
Wat gebeurt er met de medeverzekerden op de polis?
Medeverzekerden blijven ongewijzigd verzekerd. De bestaande polis wordt beëindigd en de verzekeraar maakt automatisch een nieuwe polis aan. Bij CZ ontvangt de medeverzekerde “een eigen polis met dezelfde voorwaarden, eigen risico and vergoedingen”. Reeds betaalde premie op de oude polis wordt teruggestort en niet verrekend met de nieuwe polis. Bij VGZ en Menzis wordt de oudste verzekerde op de polis aangewezen als de nieuwe verzekeringnemer.
Voor kinderen regelt CZ dit als volgt: als u zelf ook op de polis stond, gaan de kinderen automatisch mee naar uw eigen polis. Stond u hier niet op, dan wordt het oudste kind tijdelijk geregistreerd als verzekeringnemer en stuurt CZ een brief waarin u wordt gevraagd een volwassene aan te wijzen. Menzis vraagt in dergelijke gevallen actief om een e-mailadres en rekeningnummer, om te voorkomen dat lopende afspraken (zoals automatische incasso of het gespreid betalen van het eigen risico) mislukken. Bij VGZ loopt een collectiviteit via de werkgever van de overledene automatisch door op de nieuwe polis.
Waar meldt u het overlijden per verzekeraar?
In principe is melden niet nodig, maar voor vragen of uitzonderingssituaties kunt u gebruikmaken van de volgende contactgegevens. CZ is op werkdagen bereikbaar van 8:00 tot 17:30 uur via 088 555 77 77. Het postadres is CZ Klantenservice, Postbus 90152, 5000 LD Tilburg. VGZ beschikt als enige over een specifiek kanaal voor nabestaanden: nabestaanden@vgz.nl, telefoonnummer 0900-84 90 (werkdagen van 8:30 tot 17:00 uur) of +31 24 32 97 641 vanuit het buitenland. Declaraties stuurt u naar Zorgverzekeraar VGZ, Postbus 25210, 5600 RS Eindhoven. Menzis is bereikbaar via 088 - 222 40 40 op werkdagen van 8:00 tot 18:00 uur, postadres Menzis, Postbus 75000, 7500 KC Enschede.
Verzekeraars vragen vooraf zelden direct om documenten. CZ and Menzis maken op hun informatiepagina's geen melding van vereiste documenten. VGZ vermeldt dit enkel onder voorbehoud: “Het kan voorkomen dat we nog documenten nodig hebben. Bijvoorbeeld een akte van overlijden, verklaringen van erfgenaam of executeur, of een machtiging. Als dit nodig is dan laten wij dit je weten.” U hoeft dus niet op voorhand een verklaring van erfrecht aan te vragen ten behoeve van de zorgverzekeraar. Waar banken hier strikt in zijn, is dit bij zorgverzekeraars doorgaans niet direct noodzakelijk.
Tot slot twee praktische aspecten. Menzis accepteert declaraties voor een overleden verzekerde uitsluitend per post: “het indienen van declaraties van zorg van een overleden persoon is echter alleen schriftelijk mogelijk” — dit kan dus niet via de app. CZ wijst er daarnaast op dat hulpmiddelen in bruikleen (zoals een hoog-laagbed of een trippelstoel) moeten worden geretourneerd aan de leverancier. Dit wordt bij het ontruimen van een woning regelmatig over het hoofd gezien.
Wenst u ondersteuning bij de praktische afwikkeling na een overlijden? Maak een Solace Care-account aan of lees onze gidsen.






