Nalatenschap & Erfbelasting

Vruchtgebruik: definitie en werking bij erfenis

Vruchtgebruik geeft het recht om goederen te gebruiken die eigendom zijn van een ander — vaak de woning na een overlijden. Lees hier hoe een vruchtgebruiktestament werkt, welke rechten en plichten dit met zich meebrengt en wanneer het vruchtgebruik eindigt.

Vruchtgebruik is het recht om goederen te gebruiken die eigendom zijn van een ander, en om de "vruchten" daarvan te genieten — zoals in een huis wonen, rente of huur ontvangen, of dividend innen. Bij nalatenschappen komt dit voornamelijk voor in de vorm van het vruchtgebruiktestament. Hierbij verkrijgt de langstlevende partner het vruchtgebruik van (bijvoorbeeld) de woning, terwijl de kinderen het bloot eigendom erven. De partner kan hierdoor levenslang in de woning blijven wonen; de kinderen zijn weliswaar eigenaar, maar kunnen hier pas over beschikken zodra het vruchtgebruik eindigt. Deze gids legt helder uit hoe vruchtgebruik werkt, welke rechten en plichten dit meebrengt en wat de fiscale gevolgen zijn.

Wanneer is vruchtgebruik aan de orde bij een erfenis?

De klassieke situatie: een ouder overlijdt en wil de partner verzorgd achterlaten, maar tevens garanderen dat het vermogen uiteindelijk aan de kinderen toekomt. Dit speelt bijvoorbeeld in samengestelde gezinnen, waar de kinderen uit een eerder huwelijk willen voorkomen dat "hun" erfenis via de stiefouder naar diens familie overgaat. Een vruchtgebruiktestament regelt exact dit: de kinderen worden direct (bloot) eigenaar, de partner behoudt het levenslange gebruiksrecht. Daarnaast kent de wet twee vangnetten voor een onterfde of minimaal bedeelde echtgenoot: het recht om zes maanden in de woning te blijven wonen, en de mogelijkheid om via de kantonrechter het vruchtgebruik van de woning en inboedel — of zelfs van overig vermogen, mits noodzakelijk voor de verzorging — te laten vestigen.

Welke rechten en plichten heeft de vruchtgebruiker?

De vruchtgebruiker heeft het recht het goed te gebruiken en de opbrengsten te behouden: bewoning van het huis, de huurinkomsten van een vastgoedobject of de rente op een banktegoed. Hier staan echter plichten tegenover. De vruchtgebruiker draagt de verantwoordelijkheid voor het reguliere onderhoud en de dagelijkse lasten, verzekert het object en mag de waarde ervan niet uithollen. Grote, buitengewone herstelwerkzaamheden komen in beginsel voor rekening van de bloot eigenaar. Verkoop kan uitsluitend gezamenlijk: de bloot eigenaar kan de woning niet verkopen zolang het vruchtgebruik loopt, en de vruchtgebruiker kan niet buiten de eigenaar om handelen. In een testament of akte kunnen de bevoegdheden worden verruimd — bijvoorbeeld met een interings- of verkoopbevoegdheid, zodat de langstlevende de woning kan verkopen om van de opbrengst te leven. Laat u hierover goed adviseren; deze specifieke clausules bepalen de feitelijke beschikkingsvrijheid van de langstlevende.

Hoe eindigt vruchtgebruik?

Vruchtgebruik is strikt persoonlijk en eindigt definitief bij het overlijden van de vruchtgebruiker. Op dat moment wast het bloot eigendom van de kinderen automatisch aan tot vol eigendom — zonder tussenkomst van een notaris, zonder overdracht en zonder dat hierover opnieuw erfbelasting verschuldigd is. Vruchtgebruik kan ook eerder eindigen: op een vooraf overeengekomen einddatum, door uitdrukkelijk afstand te doen, of op grond van specifieke bepalingen in het testament (zoals bij hertrouwen of permanente opname in een zorginstelling).

Wat zijn de fiscale gevolgen?

Voor de erfbelasting wordt de waarde van het vruchtgebruik berekend aan de hand van wettelijke rekenregels: een forfaitair rendement van 6 % van de waarde van het goed, vermenigvuldigd met een factor die gekoppeld is aan de leeftijd. Hoe jonger de vruchtgebruiker, des te hoger de waarde van het vruchtgebruik en des te lager de waarde van het bloot eigendom. De kinderen betalen bij het eerste overlijden dus erfbelasting over een lagere grondslag. Voor de inkomstenbelasting geldt sinds 2017 dat de vruchtgebruiker bij een wettelijk of testamentair vruchtgebruik het volledige vermogen in box 3 aangeeft; de bloot eigenaren geven niets aan. Dit is een punt waar het in de praktijk vaak fout gaat bij de belastingaangifte. Bij een eigen woning waarop vruchtgebruik rust uit een erfenis, kan de vruchtgebruiker de woning bovendien vaak als eigen woning in box 1 blijven opgaven. De exacte uitwerking luistert nauw; een fiscalist of notaris kan dit snel voor u doorrekenen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen vruchtgebruik en de wettelijke verdeling?
Bij de wettelijke verdeling wordt de langstlevende volledig eigenaar en verkrijgen de kinderen een geldvordering. Bij vruchtgebruik worden de kinderen direct (bloot) eigenaar en verkrijgt de langstlevende uitsluitend het gebruiksrecht.

Kunnen de kinderen de woning verkopen waarin hun stiefmoeder het vruchtgebruik heeft?
Nee. Gedurende de looptijd van het vruchtgebruik kan de woning uitsluitend met medewerking van de vruchtgebruiker worden verkocht.

Is een notaris vereist bij het beëindigen van het vruchtgebruik?
Bij het overlijden van de vruchtgebruiker wast het bloot eigendom automatisch aan tot vol eigendom. Bij een registergoed (zoals een woning) is het wel raadzaam het einde van het vruchtgebruik te laten doorhalen in het Kadaster.

Wie betaalt de vaste lasten van de woning?
De vruchtgebruiker is verantwoordelijk voor de reguliere lasten en het dagelijkse onderhoud. Grote herstellingen komen in principe voor rekening van de bloot eigenaar, tenzij hiervan in de akte of het testament is afgeweken.

Wilt u uw nalatenschap en woonwensen professioneel vastleggen? Maak een Solace Care-account aan of lees onze gidsen.

Meer informatie