
Ontving een overledene een uitkering van UWV, zoals WW, WIA, WAO, Wajong of Ziektewet, dan hoeft u het overlijden meestal niet zelf door te geven: de gemeente meldt dit automatisch aan UWV via de Basisregistratie Personen (BRP). De uitkering stopt vervolgens automatisch. Voor nabestaanden is er de overlijdensuitkering: een eenmalig bedrag van ongeveer één maand bruto-uitkering, inclusief het opgebouwde vakantiegeld. UWV stuurt na de melding een brief naar het adres van de overledene, waarmee de nabestaande de overlijdensuitkering kan aanvragen via Mijn UWV.
Hieronder leest u hoe dit in de praktijk verloopt en wie er recht heeft op de overlijdensuitkering.
Moet u een overlijden doorgeven aan UWV?
In de meeste gevallen niet. Als het overlijden in Nederland is aangegeven bij de gemeente, wordt dit via de BRP automatisch doorgegeven aan overheidsinstanties zoals UWV, de SVB en de Belastingdienst. Woonde de overledene in het buitenland, of merkt u dat er na enkele weken nog betalingen doorlopen, neem dan direct contact op met UWV om te voorkomen dat er te veel wordt uitbetaald — te veel betaalde uitkering wordt namelijk teruggevorderd of verrekend.
Wat gebeurt er met de uitkering van de overledene?
De uitkering stopt automatisch bij overlijden. Dit geldt voor alle uitkeringen die UWV uitvoert, waaronder WW, WIA, WAO, Wajong, Ziektewet en WAZ. Lopende betalingen die betrekking hebben op de periode tot het overlijden worden nog gewoon afgerekend, inclusief het vakantiegeld dat tot dat moment is opgebouwd. De rechten gaan daarna niet over op de erfgenamen; wat wel voor nabestaanden bestaat, is de eenmalige overlijdensuitkering.
Wat is de overlijdensuitkering van UWV?
De overlijdensuitkering is een eenmalig bedrag voor nabestaanden, ter hoogte van ongeveer één maand bruto-uitkering van de overledene, vermeerderd met het opgebouwde vakantiegeld. UWV stuurt na de overlijdensmelding een brief naar het adres van de overledene met instructies voor de aanvraag. U doet de aanvraag vervolgens via Mijn UWV met uw eigen DigiD. De overlijdensuitkering is bedoeld als overbrugging voor de eerste periode na het verlies en staat los van een eventuele Anw-uitkering van de SVB.
Wie heeft recht op de overlijdensuitkering?
In de eerste plaats de echtgenoot of geregistreerd partner van de overledene. Is die er niet, dan komen minderjarige kinderen in aanmerking, en daarna degene met wie de overledene in gezinsverband samenwoonde — bijvoorbeeld een samenwonende partner die op hetzelfde adres in de BRP stond ingeschreven. Twijfelt u of u in aanmerking komt, vraag de uitkering dan aan met de brief van UWV: u ontvangt altijd een officieel besluit waartegen u bezwaar kunt maken.
Wilt u hulp bij de praktische zaken na een overlijden? Maak een Solace Care-account aan of lees meer handleidingen.






