Estate & Inheritance

Kindsdeel: berekenen, opeisen en wat je moet weten

Het kindsdeel is het erfdeel van een kind — bij de wettelijke verdeling een geldvordering op de langstlevende ouder. Zie hoe je het berekent, wanneer je het kunt opeisen en hoe het zit met rente en erfbelasting.

Het kindsdeel is het erfdeel waarop een kind recht heeft als een ouder overlijdt. Is de overleden ouder getrouwd of geregistreerd partner en is er geen afwijkend testament, dan geldt de wettelijke verdeling: de langstlevende ouder krijgt alle bezittingen en schulden, en het kind krijgt zijn kindsdeel als een vordering in geld die in principe pas opeisbaar is als ook de langstlevende overlijdt. Het berekenen is meestal eenvoudig: de nalatenschap gedeeld door het aantal erfgenamen (partner plus kinderen, ieder een gelijk deel). Deze gids laat zien hoe je het kindsdeel berekent, in welke situaties je het wél eerder kunt opeisen, en waarom het verstandig is de vordering nu goed vast te leggen.

Hoe bereken je het kindsdeel?

Bepaal eerst de omvang van de nalatenschap. Waren de ouders in gemeenschap van goederen getrouwd, dan is de nalatenschap de helft van het gezamenlijke vermogen — de andere helft was al van de langstlevende. Deel de nalatenschap vervolgens door het aantal erfgenamen. Een voorbeeld: een echtpaar heeft samen € 400.000 en twee kinderen. Overlijdt één ouder, dan is de nalatenschap € 200.000. Erfgenamen zijn de langstlevende en de twee kinderen: ieder erft € 66.667. Het kindsdeel van elk kind is dus een vordering van € 66.667 op de langstlevende ouder. Bij een huwelijk onder huwelijkse voorwaarden of een eerder overlijden binnen een samengesteld gezin ligt de rekensom anders — dan bepaalt de akte of het testament de verdeling. Leg het berekende bedrag schriftelijk vast, bijvoorbeeld in de aangifte erfbelasting of een vaststellingsovereenkomst: dat voorkomt discussie, soms tientallen jaren later.

Wanneer kun je het kindsdeel opeisen?

De hoofdregel: pas bij het overlijden van de langstlevende ouder. Tot die tijd mag de langstlevende het volledige vermogen gebruiken — ook opmaken. De wet kent daarnaast een paar situaties waarin de vordering direct opeisbaar wordt, met als belangrijkste het faillissement van de langstlevende of diens toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP); een testament kan extra gevallen aanwijzen, zoals opname in een zorginstelling of hertrouwen. Gaat de langstlevende hertrouwen, dan wordt het kindsdeel daarmee niet opeisbaar, maar krijgen kinderen wel zogeheten wilsrechten: zij kunnen vragen om goederen in eigendom over te dragen (vaak met behoud van vruchtgebruik voor de ouder), zodat het erfdeel van hun overleden ouder niet in het nieuwe huwelijk verdwijnt.

Groeit het kindsdeel mee? Rente op de vordering

Standaard is de vordering renteloos zolang de wettelijke rente niet boven de 6 % uitkomt — de wet kent alleen een verhoging voor zover de wettelijke rente hóger is dan 6 %, en dat is al vele jaren niet het geval. In een testament kan een andere (bijvoorbeeld samengestelde) rente zijn afgesproken; dat is fiscaal soms aantrekkelijk, omdat een aangegroeide vordering de latere nalatenschap van de langstlevende verkleint. Kijk dus altijd in het testament of er een rentebepaling staat, en reken het effect mee bij de tweede afwikkeling.

Hoe zit het met de erfbelasting over het kindsdeel?

Ook al krijgt het kind nog niets in handen, over het kindsdeel is bij het eerste overlijden vaak al erfbelasting verschuldigd — boven de vrijstelling van € 26.230 per kind (2026). In de praktijk schiet de langstlevende die belasting voor; het voorgeschoten bedrag wordt verrekend met de vordering van het kind. Bij het overlijden van de langstlevende wordt de vordering vervolgens belastingvrij uitbetaald vóórdat de tweede nalatenschap wordt verdeeld: het kindsdeel uit het eerste overlijden is een schuld van de nalatenschap en drukt zo de erfbelasting bij de tweede afwikkeling. Precies daarom is het zo belangrijk dat het bedrag ooit goed is vastgelegd.

Wat is het verschil tussen kindsdeel en legitieme portie?

Het kindsdeel is het gewone erfdeel van een kind dat erfgenaam is. De legitieme portie is iets anders: het minimumdeel — de helft van het wettelijke erfdeel, in geld — waarop een kind zelfs bij onterving recht houdt. Een kind dat gewoon erfgenaam is, heeft met de legitieme niets te maken; die wordt pas relevant wanneer een kind is onterfd of door giften ernstig is benadeeld.

Veelgestelde vragen

Kan mijn moeder mijn kindsdeel opmaken?
Ja. Bij de wettelijke verdeling mag de langstlevende het hele vermogen gebruiken. Is er bij het tweede overlijden te weinig over, dan krijg je mogelijk minder dan je vordering — een risico dat bij de regeling hoort.

Moet ik mijn kindsdeel opeisen bij het eerste overlijden?
Nee, dat kan meestal niet eens. De vordering wordt automatisch vastgesteld en is pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende, op de wettelijke en testamentaire uitzonderingen na.

Verjaart een kindsdeel?
De vordering uit de wettelijke verdeling blijft bestaan tot het overlijden van de langstlevende en verjaart niet zolang die niet opeisbaar is. Leg het bedrag wel vast — bewijs is na dertig jaar anders lastig.

Wat als er een testament is?
Dan bepaalt het testament de erfdelen en de spelregels. Ook dan houdt een kind minimaal recht op zijn legitieme portie.

Wil je hulp bij het regelen van een nalatenschap? Maak een Solace Care-account aan of lees meer gidsen.

Lees verder